
De overbetaalde playboy, de boyband zanger, de overschatte rijder, de voormalig toekomstig wereldkampioen, de rijdende wanprestatie. Het zijn typeringen die eind vorig jaar werden gebruikt om Jenson Button te omschrijven, die na een wederom kansloos seizoen in de Honda en na het terugtrekken van de Japanse autofabrikant zijn hoop om ooit nog eens wereldkampioen te worden even snel zag verdwijnen als de auto's waar hij de afgelopen jaren achteraan reed. Button's prestaties stonden volledig in de schaduw van die van landgenoot Hamilton, die net zijn eerste wereldtitel op zak had, en aan de carrière van Button leek een roemloos einde te komen.
Hoe anders is alles een jaar later. Ross Brawn poetste de renstal en haar coureurs op en zette tijdens de eerste races de Formule 1 wereld op zijn kop. Button was ongenaakbaar: van de eerste zeven races wist de Brit er zes te winnen, waar Hamilton worstelde met zijn McLaren en slechts de krantenkoppen haalde door een schandaal of een puntloze wedstrijd. In de tweede helft van het seizoen kwam de concurrentie dichterbij en leek de klad er bij Button in te komen, die niet meer het vertrouwen in de auto en wellicht zichzelf had en een riante voorsprong snel zag slinken. Was Button dan toch de choker waarvoor zijn criticasters hem de voorgaande seizoenen hielden?
De race in Brazilië toonde echter ondubbelzinnig aan dat Button de terechte wereldkampioen is. Met de tanden in het stuur en via een paar uitstekende inhaalacties reed Button zich naar de vijfde plek, die voldoende bleek om de titel veilig te stellen. Natuurlijk was zijn auto zeker in de eerste helft van het seizoen de beste, maar Button reed met zijn vloeiende rijstijl ook in het tweede deel van deze jaargang met regelmaat in de punten. En bleef daarbij - op een uitvalbeurt in België na - uit de problemen, waar de concurrentie regelmatig punten liet liggen door onnodige fouten. En om wereldkampioen te worden is uiteindelijk slechts het behalen van de meeste punten vereist.
Alleen dat simpele feit al maakt Jenson Button de verdiende wereldkampioen. Natuurlijk zullen er Formule 1 volgers zijn die beweren dat bijvoorbeeld Alonso, Vettel of Hamilton eigenlijk sneller zijn, en wellicht zit daar een kern van waarheid in. Echter, Button maakte niet de fouten die zij wel maakten en bevond zich uiteindelijk toch een flink aantal races op eenzame hoogte. Daarmee heeft Button alle reden om een lange neus te trekken naar zijn voormalige criticasters, die nu niets anders kunnen doen dan gepast zwijgen. Het zal de Engelsman een zorg zijn, voorlopig is het feest en zal Button regelmatig een flesje opentrekken, en hij heeft daarmee groot gelijk. Het is hem gegund.













Geen opmerkingen:
Een reactie posten