dinsdag 8 december 2009

Uit de oude doos: de oorspronkelijke Rainmaster



Eén van de factoren die een autosport race interessant maakt is regen. Wanneer de hemelsluizen zich openen kunnen de ware coureurs zich onderscheiden van hun collegae die een regenbui maar niets vinden en binnen de kortste keren in de pitbox of de grindbak belanden of simpelweg het tempo niet kunnen volgen. Het vermogen om te kunnen excelleren in deze omstandigheden is het gros van de coureurs niet gegeven, en in de regel is een groot kampioen in de autosporthistorie dan ook tevens een uitstekende regenrijder.

Zoals Michael Schumacher. De zevenvoudig wereldkampioen vertoonde vrijwel altijd een grote overmacht in de regen, waarmee hij met regelmaat zijn voorsprong op de concurrentie belangrijk vergrootte. Of Ayrton Senna, die in de regen zijn grootste overwinningen boekte - denk bijvoorbeeld aan zijn zege op Donington Park in 1993. En wellicht blijkt over een aantal jaren de indrukwekkende overwinning van Sebastian Vettel in het verregende Monza in 2008 de doorbraak te zijn geweest in een imposante carrière in de autosport.

Maar ook lang daarvoor zijn er coureurs die doorbreken tijdens een verregende wedstrijd. Zoals in het Duitsland van 1926, waar op het Avus circuit in Berlijn de allereerste Grand Prix van Duitsland wordt verreden. De honderdduizenden toeschouwers staan grotendeels in de regen die al voor de start is begonnen, als de coureurs en mecaniciens zich op de startgrid opmaken voor hun Grand Prix. Waaronder een coureur die zijn debuut maakt in een Grand Prix, een jonge Duitse Mercedes-rijder met de naam Rudolf Caracciola.

De start van de Grand Prix komt dichterbij en de spanning neemt toe onder de toeschouwers en de coureurs. Niet in het minst bij Caracciola, die voor het eerst met een fabrieksauto van zijn werkgever rijdt (al moet hij zich van Mercedes als privérijder inschrijven) en natuurlijk het nodige wil bewijzen, al is de auto is hem nog grotendeels onbekend en zal de regen het rijden er niet makkelijker op maken. Maar tijdens zijn eerste Grand Prix start wordt de jonge coureur al getroffen door pech: de motor van zijn Mercedes protesteert...en slaat af.

Zijn mecanicien slaagt erin de auto van zijn plek te duwen, maar Caracciola heeft al een minuut achterstand opgelopen op de 43 overige deelnemers. Al snel blijkt Caracciola in de regen echter onvoorstelbaar snel te zijn, en terwijl de auto's links en rechts van de baan schieten baant Caracciola zich een weg naar voren. Zijn opmars wordt gestaakt door - wederom - pech, als de motor van zijn auto slecht gaat lopen en Caracciola de pit in moet waarbij hij zélf, zoals de reglementen voorschrijven, de reparaties zal moeten uitvoeren.

Men vermoedt een kapotte bougie en Caracciola begint met het zoeken naar de boosdoener. Als deze gevonden is - de laatste bougie in de achtcilinder - lijkt alle hoop op een goed resultaat door het tijdverlies vervlogen, maar Caracciola stapt toch weer in de auto. Door de weersomstandigheden heeft de Duitser geen idee op welke positie hij rijdt, maar Caracciola geeft alles en rijdt na bijna drie uur rijden uitgeput over de finish. Om er dan pas achter te komen dat hij zojuist op fenomenale wijze de Grand Prix van Duitsland heeft gewonnen.

De overwinning in Berlijn markeert het begin van een imposante carriere in de autosport. Caracciola, die zijn weinig Duits klinkende achternaam te danken heeft aan zijn oorspronkelijk Italiaanse ouders, weet onder meer drie titels in het EK te winnen (een voorloper van de Formule 1) en behaalt tijdens recordpogingen al snelheden boven de 430 kilometer per uur - een snelheid die ook nu, 70 jaar na dato, respect afdwingt. Ook tijdens de dan populaire heuvelklim wedstrijden weet Caracciola de nodige overwinningen op te eisen.

Tevens weet Caracciola in 1931 de Mille Miglia te winnen, een bijzondere overwinning voor een niet-Italiaan: pas 24 jaar later weet Stirling Moss deze prestatie te evenaren. Het kenmerkt de imposante carriere van Caracciola, over wie zijn voormalige teambaas bij Mercedes, Albert Neubacher, eens opmerkte dat van alle grote coureurs die hij van dichtbij kende (Caracciola, Nuvolari, Fangio, Moss,...) Caracciola de allergrootste was. Maar daarnaast is Rudolf Caracciola, getuige zijn demonstratie in Berlijn, waarschijnlijk de allereerste Rainmaster.


2 opmerkingen:

Anonymous zei

Was Vettel met of zonder anti blokkersysteem????

De echte mannen, je hebt ze al genoemd, deden het natuurlijk zonder!!!!!!!!!!!!!!!1

Briko

Zag net een film met de kombaan van Monza.

Erg heftig en levensgevaarlijk!!!!!

Jeroen zei

ABS is sinds 1993 verboden net als de meeste andere hulpmiddelen.

Wat betreft traction control: Vettel was zonder. Vanaf dat jaar was traction control (weer) verboden.

Senna won op Donington ook zonder traction control.

MS daarentegen won de meeste van zijn titels mét traction control. Legaal bij Ferrari en illegaal bij Benetton.

Tja Monza...ik heb die kombaan met eigen ogen mogen aanschouwen en het leek me inderdaad geen goede plek om een flinke schuiver te maken.

Een reactie posten