
Het was een mooi podium, in het verre Abu Dhabi. Met op de hoogste trede Sebastien Vettel, die op overtuigende wijze de race won en als klap op de voorpijl de wereldtitel binnensleepte. De verrassende, maar terechte wereldkampioen werd daarbij geflankeerd door McLaren coureurs Lewis Hamilton en Jenson Button. Het leverde een fraai plaatje op: de drie laatste wereldkampioenen gebroederlijk naast elkaar.
Nico Rosberg werd vierde en miste daarmee net het podium. Toch zal de Duitser met plezier terugkijken op deze laatste Grand Prix: ook hier wist hij teamgenoot Michael Schumacher voor te blijven - al dan niet met behulp van een klein tikje dat Schumacher fataal zou worden - en Rosberg behaalde daarmee dit seizoen bijna dubbel zoveel punten als der Schumi, een feit waar Rosberg zeker blij mee mag zijn.
Bovendien moest Rosberg in Abu Dhabi vanaf een negende plek vertrekken, bepaald geen voordeel op een circuit waarop inhalen moeilijk is. De safetycar periode na de clash van Schumacher werd echter door het team gebruikt om Rosberg naar binnen te halen, waarmee de Duitser al snel zijn verplichte pitstop achter de rug had. De slimme tactische ingreep van Mercedes bezorgde Rosberg grotendeels zijn fraaie resultaat.
In Italië kan men, zoals gisteren weer eens bleek, slechts dromen van een dergelijke zet. Niet dat ze er niet mee bekend zijn: het Ferrari tijdperk met Schumacher, Ross Brawn en Jean Todt ligt nog geen half decennium achter ons. Todt leidt tegenwoordig de FIA, Schumacher is weer op het circuit te vinden en Ross Brawn is teambaas bij Mercedes. Hetzelfde Mercedes waarvoor Rosberg gisteren de vierde plek opeiste.
Sinds er aan het gouden tijdperk een einde kwam is het team nooit meer het beste op de grid geweest. De wereldtitel van Raikkonen in 2007 werd op het nippertje behaald, maar verbloemde een matig seizoen en sindsdien bleef de titel buiten bereik. De rijderskeuze was daarbij niet gelukkig: Raikkonen hobbelde lang ongemotiveerd mee, Massa is na dit jaar definitief door het ijs gezakt en over Badoer en Fisichella wil niemand in Italië het meer hebben.
Bijna wist de renstal dit jaar aan de malaise te ontsnappen. Bijna, want ondanks puntverlies van de concurrentie, een glasharde teamorder en Alonso die elke seconde met het mes tussen de tanden reed staat men onder de streep wederom met lege handen. De uitgangspositie van de Spanjaard was weliswaar uitstekend, de tactische meesterzet bleef in Abu Dhabi uit. Integendeel.
Teambaas Stefano Domenicali wilde geen beschuldigende vinger wijzen naar iemand binnen het team en weigerde te vertellen wie tot de beslissende call besloot. Volgens Domenicali wint en verliest het team, mooie teksten al is Domenicali uiteindelijk zélf verantwoordelijk. Of het volgend seizoen beter zal gaan valt te betwijfelen: veel redenen om aan te nemen dat de typisch Italiaanse chaos tot het verleden gaat behoren zijn er simpelweg niet.
En zo eindigde Alonso, de meest complete rijder van het hele veld, als tweede in de titelstrijd. Knap, maar voor Alonso zonder waarde, net als de derde plek in het kampioenschap voor de constructeurs. Het zijn prijzen die niet tellen in Maranello, maar volgend seizoen zal er waarschijnlijk weinig veranderen. En kan Alonso slechts hopen op beter. Het lijkt, zo bleek gisteren weer eens, hopen tegen beter weten in.

















Geen opmerkingen:
Een reactie posten